Joodse kolonisten als Palestijnse staatsburgers?

De meeste westerse landen belijden nog steeds hun geloof in twee staten als oplossing voor het voortdurende conflict tussen Israël en de Palestijnen. Maar hoe langer de huidige impasse voortduurt, hoe onmogelijker deze optie lijkt te worden. En is de twee-staten-oplossing het eigenlijk wel de beste weg naar vrede? Steeds meer mensen twijfelen daaraan. De Israëlische schrijver Nir Baram vertolkt dit geluid in een interview in de NRC van zaterdag 10 september. Wat ziet hij dan als oplossing?

data4662069Baram vindt dat zowel Joden als Palestijnen overal in Israël en de Palestijnse gebieden zouden mogen wonen. Hij stelt zich één thuisland met twee staten voor:

‘twee aparte staten met een fluïde scheiding, die samenwerken in een confederatie. Simpel gezegd: de Arabieren in Israël kunnen blijven, zij worden Palestijns staatsburger en Israëlisch ingezetene. Ook de kolonisten blijven waar ze zijn: zij worden juist Israëlische staatsburgers die in Palestina wonen.

Wie zijn oplossing utopisch noemt, slaat Baram fel om de oren. „En de tweestatenoplossing is dat niet? Hoeveel dichterbij zijn we in een halve eeuw bezetting gekomen?”‘

Joodse kolonisten als inwoners van een Palestijnse staat? Nir Baram is niet de enige die daarin gelooft. Er bestaat al langer een kleine beweging – ontstaan vanuit Joodse kolonisten op de Westoever – die juist deze weg als de weg naar vrede ziet. Sommigen van hen zouden het zelfs prima vinden om als Jood staatsburger van een Palestijnse staat te worden. Zij vertegenwoordigen een radicaal ander perspectief op het conflict tussen Joden en Palestijnen.

De reportage uit 2011 is hier te zien.

wachttoren-settlement

Arm en rijk

De laatste tijpeter-bakker-still-3d horen we niet zo vaak meer over hem, maar in 2005 was Peter Bakker de CEO van TNT Post en een van de opvallende en toonaangevende topmannen in het Nederlandse bedrijfsleven.

Peter Bakker kreeg veel bekendheid door zijn initiatieven voor armoedebestrijding. In plaats van het sponsoren van chique golftoernooien, liet hij TNT bijdragen aan het World Food Program.

In 2005 nam Peter Bakker zijn voltallige raad van bestuur mee naar de beruchte sloppenwijken van Nairobi om daar zelf voor het World Food Program eten uit te delen aan de allerarmsten. Ik was erbij met cameraman Onno ‘t Hooft en het leverde deze reportage op:

Volgens mij blijkt uit de reportage veel waardering voor het initiatief van Peter Bakker en TNT. Niettemin liet een van zijn PR-mensen achteraf een tikje verontwaardigd blijken dat ze de vragen naar Bakkers eigen inkomen en het grote contrast met de mensen in Nairobi niet zo leuk vond. “Moet-ie dan maar niks doen?!”, vroeg ze zich hardop af. Goed punt. Natuurlijk is het goed wat Bakker deed. Toch kon ik niet om die vragen heen.

En eigenlijk ben ik op zichzelf ook niet tegen zulke hoge inkomens. Ik ben vooral tegen hele lage inkomens.

Schrikbeeld

Groepen mensen die door de straten lopen – dat is wat in Nederland gezien wordt als een schrikbeeld mocht de toestroom van vluchtelingen of migranten nog verder toenemen. In Italië is het allang zover.

Vijf jaar geleden was ik in Italië op vakantie. Toen maakte een ontmoeting met een Afrikaanse migrant al grote indruk op me. Op de zonovergoten parkeerplaats van een grote supermarkt stond ik mijn boodschappen in de auto te laden. Ik zag de man al vanuit een ooghoek een paar meter achter me staan. Hij zei niets, maar keek wel naar me. Ik vroeg hem zelf dan maar of hij misschien iets wilde vragen. “Anything…”, antwoordde hij op een manier die me door merg en been ging.  Mijn vrouw stopte hem een zak van die Italiaanse broodstengels toe, en een fles ijsthee. Maar nadat hij hij weg was gelopen naar een nog een of twee lotgenoten die wat verderop stonden, liep ze hem na om nog een paar dingen mee te geven. In het korte gesprekje wat ze met hen had, vertelden ze over hun zware leven op straat in Italië.

Vijf jaar later ben ik opnieuw in Italië op vakantie. In een voorstadje van Pescara, aan de Adriatische kust, zie ik ze elke dag. Op het heetst van de dag – als de Italianen zoveel mogelijk binnen blijven – zie ik groepjes jonge Afrikaanse mannen samen rondhangen op schaduwrijke plaatsen. Maar het zijn niet alleen mannen. Als ik met een volle boodschappentas uit een supermarkt kom en langs de hoek van een gebouw loop, zie ik een groepje mannen, vrouwen en kinderen in de schaduw gewoon maar tegen een muur aan zitten. Dit heb ik in Nederland nog niet gezien. In Italië lijkt niemand zich er druk over te maken.

Op het strand wordt ik aangesproken door één van de vele strandverkopers. Hij heet Mamadou en komt uit Senegal. Hij gooit een stapeltje onduidelijke cd’s in dunne plastic hoesjes voor me neer. Dat is zijn handelswaar. Hij vertelt me dat hij economische wetenschappen heeft gestudeerd, maar dat ‘het niet zo lekker liep’ in Senegal. Hij is niet over zee gekomen, maar met het vliegtuig. Ik heb geen contant geld bij me en ik ben ook helemaal niet geïnteresseerd in zijn cd’s. Maar ook deze ontmoeting laat me niet los.

Een paar dagen later op het strand ploft opnieuw het stapeltje cd’s voor m’n neus neer. Daar is Mamadou weer. Ik vraag hem wat ik me sinds onze eerste ontmoeting al bezig heeft gehouden: is dit nu wat hij had gedacht toen hij besloot naar Europa te komen? ‘Nee,’ zegt hij. Ik zeg dat ik denk dat zijn leven in Senegal waarschijnlijk beter was dan zijn leven hier. Dat bevestigt hij. ‘C’est une déception…’ Als ik hem zeg dat ik hem niet kan helpen, loopt hij gelaten en zonder iets te zeggen verder.

Wat is erger, vraag ik me af, zijn deceptie of ons schrikbeeld?

 

Ruzie met Bono

csm_Still_Bono_813cebffc7

Het was echt wel een bijzonder moment voor me: een interview met mijn grote rock-held Bono. Het is mei 2002 en Bono is op reis in Afrika, samen met de Amerikaanse minister van financiën Paul O’Neill. Bono wil deze conservatief uit de regering van Bush jr. ervan overtuigen dat hulp echt helpt en dat de rijke landen de schulden van de armste landen eens moeten kwijtschelden.

In het Sheraton Hotel van de Ethiopische hoofdstad loop ik te ijsberen, hopend dat hij echt op zal dagen, zoals zijn medewerkster beloofd heeft. Na een uur of zo is hij er dan. Ik ben al geen reus, maar hij is nog een halve kop kleiner dan ik. Maar ik herinner me nog steeds zijn stevige handdruk. We kunnen Bono een kwartier spreken over schulden en hulp aan de armste landen. Dan staat het interview erop. So far so good…

Mijn reportage met Bono is HIER te zien.

De volgende dag reizen we nog een dagje mee met het reisgezelschap van ‘the odd couple’, rockster Bono en de grijze Amerikaanse minister. We bezoeken een textielfabriek in Addis Abeba, opgezet door een Amerikanen en Ethiopiërs samen. Een hal vol Ethiopische arbeiders maakt er t-shirts en andere kleding. De minister is erg enthousiast.

Als we later met Bono het hotel weer inlopen, vraag ik hem terloops of die textielfabriek nu zo’n duidelijk voorbeeld was van de noodzaak van ontwikkelingshulp. De kleine grote man draait zich naar me toe, zet zijn handen in z’n zij en bijt me toe: ‘What do you mean? This is what Africa needs!’

Daar was ik wel even ondersteboven van. Ging ik nou ruzie krijgen met mijn grote idool? Ik sputter tegen dat de Amerikaanse minister hier wel erg makkelijk z’n punt over de vrije markt, kapitalisme en dergelijke kon maken. Tot mijn opluchting kalmeert het bommetje meteen weer en begint uit te leggen dat zijn team dit met het gevolg van de minister had afgesproken. Bono zou hulp-projecten laten zien, maar O’Neill wilde ook de zegeningen van de markt op het programma.

Toch bleef zijn uitval me wel even bezig houden, moet ik toegeven. Maar als ik Bono op de dag van vertrek tegenkom in de drukke hotel-lobby neemt hij afscheid met een grote glimlach en een uitbundige high five. Mijn liefde voor U2 heeft de ontmoeting met Bono overleefd…

Samia’s Olympische Droom

Samia foto Peter Chonka 2

Ze schitterde op de Olympische Spelen van Beijing in 2008, al werd ze kansloos laatste op de 200 meter sprint voor vrouwen. De volgende Spelen heeft ze niet gehaald, al was dat haar grootste wens. Ze verdrinkt in 2012 in de Middellandse Zee. Als één van de vele bootvluchtelingen.

Waarom kiest een ogenschijnlijk zo succesvolle en veelbelovende Somalische jonge vrouw die fatale weg? Die vraag bracht mij tot het maken van een reportage over Samia. Via onderstaande link is de reportage te zien.

Samia’s Olympische Droom