‘Het ware gezicht van de islam staat hier voor u’

We zijn inmiddels alweer twee aanslagen verder en er treedt bijna een soort cynische gewenning op. Maar de slachtpartij op de redactie van Charlie Hebdo en een paar dagen later in die Joodse supermarkt in Parijs hebben effect op me gehad. Zo’n aanslag uit naam van de islam slaagt er erg goed in het wantrouwen ten opzichte van moslims in het algemeen flink aan te wakkeren. Sommige deskundigen beweren dat dit zelfs één van de doelstellingen van dergelijke aanslagen is: het verscherpen van tegenstellingen tussen moslims en niet-moslims. Ik vind het altijd moeilijk die perverse terroristenlogica te begrijpen, maar inderdaad, het effect is er.

In die weken na de 7 januari 2015 heb ik geprobeerd iets met dat gevoel van wantrouwen te doen in een reportage naar aanleiding van de aanslagen. De Rotterdamse burgemeester Aboutaleb ziet na die aanslagen het risico op toegenomen spanningen in de stad en organiseert daarom in verschillende wijken gesprekken waar mensen zich uit kunnen spreken. Dit biedt mij de kans om mijn brandende vraag aan niemand minder dan Ahmed Aboutaleb te stellen – Aboutaleb, die we kennen van zijn roemruchte ‘rot toch op’-uitspraak, maar van wie we ook weten dat hij een vroom moslim is, en niet een of andere vrolijke vrijdenker.

Ik dacht na de aanslagen in Parijs: dit is het ware gezicht van de islam. Die gedachte werp ik Aboutaleb voor de voeten. Even denk ik dat ie zich verslikt. Maar dan geeft hij een heel verrassend antwoord: “Nee, dit is niet het ware gezicht van de islam. Het ware gezicht van de islam staat hier voor u.”

Oké…

Is dit godsdienstwaan, grootheidswaan of een combinatie van beide? Of  geen van beide? De Rotterdamse PVV-sympathisant in de reportage lijkt meteen te begrijpen wat Aboutaleb bedoelt. Als hij Abou’s uitspraak hoort, glimlacht hij en zegt: “Ik hoop dat dat zo is.”

Hier de reportage.

 

 

Een epidemie van agressie?

Het leek de afgelopen jaren wel een epidemie: agressie tegen hulpverleners en tegen anderen met een publieke taak. Hoe halen mensen het in hun hoofd om het werk van hulpverleners onmogelijk te maken? Vrijwel iedereen die geconfronteerd wordt met de verhalen over agressie tegen publieke dienstverleners stelt zich die vraag.

In opdracht van De Stichting Maatschappij en Veiligheid hebben Eliza Bergman, Marco de Vries en ik onderzoek gedaan naar precies die vraag eigenlijk: hoe ontstaan de situaties waarin publieke dienstverleners met agressie te maken krijgen?Boek Agressie tegen PD
In een aantal case studies hebben we agressie onderzocht tegen politie, ambulancepersoneel, agressie rond de jaarwisseling en agressie in het onderwijs, het openbaar vervoer en het verkeer. Wanneer het maar mogelijk was hebben we ook de daders zelf gepoogd te spreken.

Het onderzoek is uitgemond in dit boek: Agressie tegen publieke dienstverleners. Uit de gevallen die wij uitgebreid hebben onderzocht, rijst het beeld op dat de mensen die echt over de schreef gaan, vaak mensen zijn die dat niet alleen tegen dienstverleners doen, maar ook op andere terreinen. Het zijn vaak mensen die al een strafblad of in elk geval ervaring met politie of justitie hebben. Maar dat is niet in alle gevallen zo. En juist in die gevallen waar heel gewone burgers zich schuldig maken aan agressie, blijkt dat de zaken niet zo zwart-wit liggen.

Bestelinformatie hier.

Het onderzoek is in december 2013 gepresenteerd op een conferentie in De Balie in Amsterdam. Verslag van die middag hier op de site van de SMV.

Marco de Vries schreef op basis van zijn ervaringen in dit onderzoek een stuk in NRC naar aanleiding van de zaak-Mitch Henriques.

Documentairemaker Geertjan Lassche maakt op basis van één van de onderzochte gevallen de film Blinde Drift.